NEWS

30 november 2015

Edito 309 – Jan Bosschem CEO van ORI

Intercommunales en overheidsinstellingen gaan hun boekje te buiten!
Tot waar de bevoorrechte positie van overheidsbedrijven- en instellingen precies reikt, vormt al jarenlang stof tot discussie. In de praktijk blijken de advies- en ingenieursbureaus vandaag te vaak aan het kortste eind te trekken. De Belgische sectororganisatie ORI luidt de alarmbel.

Klik op de foto's om ze te vergroten

Gezien de economisch barre tijden hebben advies-en ingenieursbureaus al met heel wat moeilijkheden te kampen. Bovendien blijkt nu ook dat bepaalde besluiten van de overheid –toch de eerste partij die de groei opnieuw zou moeten stimuleren- de verdere ontwikkeling van de privé sector tegenwerken. Het probleem schuilt meer bepaald in de afbakening van de invloedssfeer waarbinnen overheidsbedrijven- en instellingen werkzaam mogen zijn.

De intercommunales voeren actief publiciteit door te wijzen op het feit dat zij vandaag dienstenopdrachten mogen uitvoeren voor hun leden zonder enig beroep te moeten doen op de wetgeving van overheidsopdrachten.

Vandaag bemerken we daarenboven dat bepaalde intercommunales en overheidsbedrijven zich als ontwikkelaar en vastgoedmakelaar gedragen. Zij leveren niet zelden ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP), onteigeningsplannen, acteren als gedelegeerd bouwheer van het project, doen studies van wegen en rioleringswerken, voor de bouw van de woningen, tot zelfs de bouw en de verkoop van de loten en woningen aan particulieren of bedrijven.

ORI erkent de positieve rol die intercommunales en overheidsbedrijven spelen in de bundeling, coördinatie en professionalisering van beleidsuitvoerende taken. Maar het kan echter niet de bedoeling zijn dat zij goed presterende privé dienstensectoren zoals meetkundig schatters, stedenbouwkundigen, advies & ingenieursbureaus, aannemers en vastgoedontwikkelaars beconcurreren. Deze overheidsinstellingen zouden zich aan hun initiële opdracht moeten houden, zoals gedefinieerd in hun statuten.

Door de vermenging van hun positie als leverancier van commerciële diensten aan eigen leden en de afhankelijkheid van diezelfde leden, die hen controleren en vaak delen in de winsten van de intercommunale, bestaat het onweerlegbare vermoeden van ongelijke behandeling ten overstaan van de mededingende privé bedrijven. Het feit dat de intercommunales voor de hun statutair toegewezen taken gedeeltelijk gesubsidieerd worden door gemeenschapsgelden versterkt de aanwezigheid van verstrengeling van belangen. Er is immers geen objectieve controle meer over de efficiënte besteding van publieke middelen (er is immers geen toetsing aan de marktprijs) en wordt er ook zelden nagegaan of de opdracht wel strookt met de doelstellingen en de kerntaken van de intercommunale.

ORI komt dan ook tot de conclusie dat intercommunales en overheidsbedrijven door deze verwevenheid rechter en partij dreigen te zijn. ORI verwacht dan ook dat de taken, die de privé sector efficiënt en binnen een mededingingskader kan uitvoeren, aan haar leden wordt uitbesteed.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.